Schetsen rekenmeesters ons een fata-morgana, 18 augustus 2020


Het wordt steeds duidelijker dat we op weg zijn naar een economische crisis die vergelijkbaar is dan die van de Dertiger Jaaren. Ik sluit zelfs niet uit dat we op weg zijn naar een zwaardere ramp dan die ons toen heeft getroffen, ondanks dat de symptomen niet op alle aspecten dezelfde zijn. Toen voerden we een monetaire beleid van een krappe geldmarkt om toch vooral de waarde van onze munt, de gulden, te beschermen, nu voorzien de monetaire autoriteiten van enorme hoeveelheden vrijwel gratis geld om ervoor te zorgen dat er geld in overvloed is voor iedereen die investeringen willen plegen. Het gevolg daarvan is dat ons geld ontdaan wordt van zijn waarde, vroeger noemden we dat ‘devalueren’. Vroeger kenden we vaste wisselkoersen van het geld, tegenwoordig zijn er zwevende noteringen die op ieder moment overal op de wereld tot stand komen. Geld heeft geen basiswaarde meer maar deze wordt bepaald door de prijs die daarvoor op de markt wordt bepaald en dan altijd in relatie van een andere valuta, zoals de $, ,£, ¥ en de Chinese ¥. Dus de waarde van de €1 is vandaag $1,194, maar morgen zal dat hoger dan wel lager zijn. Als beleggers hun vertrouwen in een valuta verliezen, verkopen ze hun waarden, waardoor die valuta in waarde daalt. Dat betekent dan wel dat export van goederen die in die valuta verhandelt worden goedkoper worden en de import duurder. In die situatie verkeert momenteel de Amerikaanse dollar, onder meer als gevolg van een economische krimp in het laatste jaar van 32,9%. Maar ook omdat zich gigantische hoeveelheden dollars op de markten bevinden, veel meer dan wenselijk worden geacht, als gevolg van een financieel beleid dat door politieke leiders wordt gevoerd om de welvaart te verhogen. Daardoor is het prijspeil van aandelenkoersen op een niveau aangekomen dat geen beeld meer geeft op basis van rendement dat wordt gemaakt. Rendement is een begrip van vroeger, de norm is nu: verwachtingen.
Toch herken ik in de mededelingen van de periode van 1 juli-24 oktober 1929 (de dag dat de DJIA 15% van zijn waarde verloor) en die van nu éénduidigheid. Zowel toen als nu hoor en lees ik financiële en monetaire autoriteiten, waaronder topbankiers en rekenmeesters geruststellende woorden spreken en verwachtingen uitspreken. “We hebben alles onder controle, niet ongerust worden, heb vertrouwen in ons, ga gerust slapen wij waken over jullie”. Dat betekende wel dat de DJIA op 8 juli 1932 een absoluut dieptepunt bereikte op 40,56 in bijna 3 jaar een verlies van bijna 90%. Ik stel dit om mijn verontrusting te uiten over de bobo’s van nu die omtrekkende bewegingen maken en de kern van de problematiek verhullen. Centrale bankiers die ons niet vertellen waartoe een monetair beleid kan leiden door het scheppen van overliquiditeiten en extreem lage dan wel negatieve rentetarieven. Wat een huidige negatieve rente voor 30-jarig papier betekent voor de toekomst. Welke financieel/sociaal/maatschappelijke gevolgen dat kan hebben voor de pensioenfondsen en onze pensioenen en spaargelden. Deskundigen hanteren rekenmodellen die in het verleden zijn ontwikkeld, maar we bevinden ons niet in een ‘bekend’ traject. De zaken die nu, tegelijkertijd, spelen zijn heel divers en daardoor complex.
We bevinden ons in transitieperiode tussen twee lange economische golven (van eco 3.0 naar eco 4.0) die al 12 jaar loopt en waarin vrijwel geen voortgang is geboekt, we zijn geswitcht naar een monetair systeem waarmee we geen ervaring hebben en niet weten hoe we dat moeten aansturen (volgens mij doen we maar wat: steeds meer geld in de markt pompen zal de economie wel gaande houden), we hebben de waarde losgekoppeld van geld, hebben rendement losgekoppeld van bezit (effecten), verwachtingen worden hoger gewaardeerd dan de realiteit. Er was al een recessie op komst als gevolg van een teruggang van de wereldhandel (handelsoorlogen van Trump), maar daar kwam een corona-pandemie overheen, met grote gevolgen voor de economie wereldwijd. De staatsschulden stijgen snel en de gevolgen daarvan zijn onbekend. Er moet geïnvesteerd worden in de samenleving van morgen en overmorgen. Er wordt maar iets gedaan zonder dat er prioriteiten worden gesteld en de consequenties van het handelen worden beschouwd. Onze politieke leiders zijn daarvoor niet in charge en wat erger is niet in staat. Hoe groot moet de waardevermindering worden van ons geld, tot hoe hoog moet de inflatie stijgen en de koopkracht dalen, voordat er orde op zaken gesteld gaat worden. Ik ga dan uit van het positieve scenario dat dat nog mogelijk is, dat op dat moment al het geld nog niet vernietigd is.
Ik verwijs naar wat zich bijna 100 jaar geleden afspeelde in de Weimarrepubliek, onze oosterburen: Wat kostte een brood daar van 800 gram in twee jaar tijd (dec 1921-nov 1923)? In dec 1921: 3,20 mark; dec 1922: 130,40 mark; jan 1923: 200 mark; apr 1923: 380 mark; aug 1923: 55,2 duizend mark; nov 1923: 160,8 miljard mark. Daarna normaliseerde de prijzen weer, maar alle (spaar)gelden waren verloren gegaan. Wij moeten accepteren dat ontwikkelingen zo complex zijn en de belangen zo divers, dat de gang van zaken onbestuurbaar wordt en leidt tot gevolgen die niemand zou hebben gewild. Wat ik vandaag waarneem is dat er grote onzekerheid is over welke waarden nog ‘te vertrouwen’ zijn, er is zo verschrikkelijk veel geld dat er op grote schaal op crypto-platformen wordt belegd, waar de centrale banken geen enkele macht uitoefenen. Op internet lees ik ‘Paul Tudor Jones zegt ook: Bitcoin wapent mij tegen een inflatoir risico van het huidige financiële stelsel. Ik vermoed dat we de komende jaren een nieuwe periode van depressie ingaan met extreme armoede en rijkdom. Ik ben daar zeer bezorgd over. Eerst gaan we klappen zien op de aandelenmarkten. Doordat overheden en centrale overheden de afgelopen maanden zoveel geld hebben bijgedrukt, leidt dat tot massale geldontwaarding. Inflatie dus. Consumenten besteden minder. Misschien dat ze ‘één of twee’ naar een terrasje gaan, maar het geld is op. Alles wordt langer gebruikt, die nieuwe auto stelt men uit’. Ik lees op crypto websites dat de waarde van de bitcoin over een jaar $100.000 zal zijn, bij een huidige prijs van $12,360. Dan schudt U met Uw hoofd, maar dit is het koersverloop sinds de bitcoin, na de kredietcrisis van 2008 werd gepresenteerd door Satoschi Nakamoto: 3 jan 2009: $0,00; 5 okt 2009: $,000764; 12 okt 2009: $0,001; 22 mei 2010: $0,0025; 18 jul 2010: $0,07; 7 nov 2010: $0,36; 19 jun 2011: $17,77; 25 mrt 2013: $74,02; 18 nov 2013: $685,75; 29 nov 2013: $1242; 10 mrt 2017: $1201,86; 1 aug 2017: $2787,85; 4 sep 2017: $4780,12; 28 mrt 2018: $6926,02; 19 mei 2019: $8287,04; 19 jun 2019: $10.908,18: 20 jul 2020: $11.118,92. Ik wil er mee laten zien hoe schoksgewijs de koers van ?1 in de loop van tien jaar is gestegen. Nu de waarde van onze valuta, die worden uitgegeven door de centrale banken, nauwelijks nog iets voorstellen (een opgeblazen systeem) presenteert de bitcoin zich als een reserve valuta, die wereldwijd verhandeld wordt. Het voelt fout aan want voor een dollar betalen we €0,88 en voor een bitcoin >€10.000 en over 3 maanden misschien wel €20,000. Op zich is dat de gekte ten top, maar het wel realiteit. Wat is geld nog waard? Eerlijk gezegd, ik weet het niet. De vraag is alleen wat er gebeurt met de bitcoin op het moment dat het monetaire geldsysteem instort? Ook waardeloos geld?

Op de voorpagina van Trouw van 18 augustus wordt mijn aandacht getrokken door de kop “Economie krimpt minder dan gevreesd; CPB ziet alweer groei aan de horizon” Ik frons mijn wenkbrauwen en vraag mij af of de rekenmeesters bij het CPB in de concept Macro Economische Verkenningen (cMEV), die door het kabinet worden gebruikt voor de begrotingsonderhandelingen 2021, wel voorbehouden hebben gemaakt, maar die in het basis-document niet hebben meegenomen als realistisch. Daardoor geeft het model het meest optimistische beeld, wat denkbaar is. De rekenmodellen die worden gebruikt zijn niet eerder getest op de complexe situatie van dit moment. Voordat corona uitbrak zaten we al in een afnemende economische groei door de dalende wereldhandel als gevolg van de handelsoorlogen die Trump voerde. Daaroverheen kwam de corona-pandemie, die zware verliezen veroorzaakten. Gezien het feit dat wij een rijk land zijn konden we ons veroorloven het bedrijfsleven en de arbeidsmarkt met subsidies en het vooruitschuiven van de afdracht van fiscale afdrachten, rente en aflossingen, waardoor de ergste klappen konden worden voorkomen. Onze economische krimp van 8,5% in het 2e kwartaal was daardoor lager van die van de 27EU en de 19euro. De derde variabele, een mogelijke tweede besmettingsgolf, wordt benoemd, maar niet meegenomen in de cijfers. Daarbij komen nog een aantal onzekere zaken: de ontwikkeling van de inflatie in de komende 16 maanden, de mogelijkheid van dalende pensioenuitkeringen, stijgende woonlasten, zorgpremies, ozb, TV/internet/bellen. Hoe het echte koopkrachtplaatje eruit gaat zien voor werkenden, niet-werkenden en gepensioneerden is heel onzeker alsmede hoe de omscholing van werknemers wordt aangepakt en betaald. Dan de vraag hoe een derde hulppakket eruit gaat zien en welke invloed dat gaat uitoefenen op financieel/economische en sociaal/maatschappelijke zaken. De steun aan de KLM wordt benoemd, maar de drukte op Schiphol is nog niet teruggekeerd en ook de rekenmeesters geven niet aan hoe lang deze situatie nog voortduurt. De steun voor de EU-begroting 2021-2027 en het EU-steunfonds wordt benoemd, maar Italië trekt nu al aan de bel dat zij meer steun nodig hebben. Er spelen verder op de achtergrond nog een aantal ontwikkelingen, die de verwachtingen van het cMEV 2021 kunnen beïnvloeden: de ontwaarding van ons geld (geen rente meer), de vraag of de overvloedige geldcreatie van de centrale banken straffeloos kan voortgaan, het ontbreken van de bouwtekeningen voor de samenleving voor onze jongeren en komende generaties, de aanpak van de klimaatvervuiling, ons milieu en de natuur. De rekenmeesters van het Centraal Plan Bureau zien de zon alweer gloren aan de horizon, ik hoop dat het geen fata-morgana is.
Jan Blankestein, 18 augustus 2020

Terug