Een droom over instortende grachtenpanden. 1 juli 2020


Ik droom iedere nacht, meestal gaat het over mensen die ik ken of al zijn overleden. Soms ook over mensen die elkaar nooit gekend hebben. Meestal herinner ik me, als ik opsta, mijn dromen niet meer. Maar vannacht was het veel dreigender. In de vroege ochtend kreeg ik een heel enge droom. Ik was met mijn vrouw en een kleinkind in Amsterdam. Op zeker moment gingen we in een restaurant naar binnen om daar tussen de middag wat de eten. Op de 1e etage zaten we aan het raam: we keken naar de gracht en de grachtenpanden. Er was veel activiteit van bouwers, die onderhoud pleegden aan panden. Ook in het restaurant, waar wij waren, werd door bouwvakkers gewerkt. Langs de gracht reden grote bouwauto's met materialen. Op zeker moment zagen we een heel lange, onder ons langs op de gracht voorbijrijden. Zo een zware bouwauto hadden we nooit eerder gezien. Iets verder draaide hij op een grachtenbruggetje om en draaide de andere kant van de gracht op. Daar gaat het helemaal fout. De zware autobanden schoven op de kademuur en de auto stond muurvast. De gevels van de grachtenpanden daartegenover gingen scheuren. De werklieden die in ons restaurant werkten joegen alle gasten naar de tuin achter het pand, wegens het dreigende gevaar van totale instorting. We haalden adem dat we veilig waren. Toen werd ik wakker.
Ik ging even op mijn bed zitten om even bij te komen en moest denken aan de kop van mijn blog van afgelopen weekend: "Het neo-liberale gedachtegoed heeft zoveel foute kanten, ook de vrije markt, het monetaire beleid en het kapitalisme, dat daar flink het mes ingezet moet worden. Cruciaal in dat proces is de uitspraak van Mario Draghi van 23 juli 2012 ‘whatever it takes’ waarmee hij het monetaire beleid in dienst stelde van de macht van de financiële markten en hun hebzucht naar meer geld en vermogen." De laatste weken heb ik gewaarschuwd dat de oplossing van de financieel/economische problemen, veroorzaakt door de dalende wereldhandel en de gevolgen van de corona-crisis, niet moet worden gezocht in steeds meer geld in de markt pompen zoals de centrale banken al jaren doen. De grote problemen van de Dertiger Jaaren waren niet alleen de enorme crash van de aandelenkoersen (oktober 1929-juli 1932) maar de opbouw stagneerde door een krap geld beleid van de centrale banken. De Engelse econoom Keynes heeft daar in 1935 voor gewaarschuwd en op een simpele wijze aangegeven dat, zodra de economische activiteiten afnemen, overheden het initiatief moeten nemen investeringen te initiëren voor de toekomst, waardoor de economie weer nieuwe impulsen krijgt. Maar toen was behoud van de goudgerande waarde van onze gulden belangrijker dan de werkelozen aan het werk te zetten en hen daarvoor te belonen. Het markantste voorbeeld is de aanleg van het Amsterdamse Bos met de roeibaan dat werd aangelegd door werkelozen, die voor hun bestaande marginale uitkering aan het zware werk werden gezet. Het nodige effect, dat de arbeiders meer gingen verdienen en gingen uitgeven, bleef uit en de positieve effecten op de economie ook. In Duitsland maakte Adolf Hitler die fout niet, maar het had wel tot gevolg dat hij op 1 september 1939 Polen binnenviel en op 10 mei 1940 West-Europa. De Tweede Wereldoorlog was een feit.
Wat de centrale banken nu doen is het tegenovergestelde. Niet alleen de ECB maar vrijwel alle centrale banken alle grote wereldmachten, de BoJ, BoE, FED, pompen gigantische hoeveelheden geld in de markten. Het gevolg is enerzijds dat het aanbod van gratis geld enorm is en de rendementen voor het spaar- en pensioengelden negatief dan wel nul zijn. Maar er is een ander aspect dat optreedt en waar niemand aandacht aan besteed: de macht van het staatspapier dat centrale banken in portefeuille hebben, door hun inkoop ervan, en dat in de vele biljoenen loopt. Hoe stabiel is het monetaire stelsel nog met de enorme toevloed van geld dat ver uitgaat boven de behoefte aan dat van rendabele investeringen. We zijn momenteel verliezen aan het financieren, weggegooid geld dat nooit meer wordt terugverdiend, en dat betekent dat de waarde van ons geld daalt. Normaal zou dat tot een devaluatie moeten leiden, maar dat werkt zo niet meer in een systeem van zwevende wisselkoersen. Nu wordt de prijs bepaalt door de markt, als de resultante van de relatie tot andere valuta. Maar als die andere valuta ook hun geldhoeveelheden opblazen zegt dat niets meer over de reëele waarde. Dat kan tot verlies aan vertrouwen in het financieel/monetaire systeem leiden met grote gevolgen van sociaal/maatschappelijke aard. Ik denk dat ik die sutatie in mijn droom heb terug teruggezien. Enorme werkzaamheden met het zwaarste materiaal om de eeuwenoude panden nog te stuten, om te voorkomen dat die inzakten, waren niet in staat deze klus te klaren omdat de fundamenten het draagvlak niet meer konden dragen. Zie dat 'zwaartste materiaal' als de 'enorme hoeveelheden geld die in de markten worden gebracht'. Het zou in deze droom gaan om een zogenaamde helderziende droom, die een blik geeft op de toekomst. Deze dromen geven vaak inzicht in oorzaak en gevolg en dit over langere termijn en vaak grotere zaken dan het ego.
Komen voorspellende dromen voor? Het antwoord is ‘ja’ maar meestal is er wel een directe betrokkenheid met de dromer of zijn directe omgeving. Mijn dromen van 5 april en 1 juli betreffen een ramp die gezien wordt vanuit een vogelperspectief en wereldwijd grote gevolgen heeft.
Wat ik gezien heb zal waarschijnlijk wel een projectie zijn van beelden in mijn geest. Dat wat mij sterk bezighoudt.
Jan Blankestein 1 juli 2020

Terug